Top of this page
Skip navigation, go straight to the content
Door drs. A. (Arsia) Salimi Gilani, apotheker
Ongeveer tien procent van de verkeersdeelnemers gebruikt geneesmiddelen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden. Per jaar vallen er naar schatting 70 verkeersdoden en 1.600 gewonden door rijden onder invloed van geneesmiddelen.
In samenwerking met verschillende organisaties van artsen en deskundigen te weten, de ministeries van Verkeer en Waterstaat en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn in samenwerking met NHG, KNMP, DGV, Stichting Health Base, NVAB, CBR, VVN en ANWB een campagne gestart voor publiek en beroepsbeoefenaren om veilig gebruik van geneesmiddelen in het verkeer te bevorderen. De publiekscampagne, die in oktober 2008 van start ging, is gericht op alle deelnemers aan het gemotoriseerd verkeer.
In de apotheek worden geneesmiddelen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden voorzien van een gele sticker en/of waarschuwingstekst. Deze geneesmiddelen kunnen echter onderling sterk verschillen in hun invloed op de rijvaardigheid. Ze zijn daarom ingedeeld in drie categorieën. Tevens kunnen factoren als starten of stoppen van een geneesmiddel, aanpassen van de dosering en moment van inname van invloed zijn op de rijvaardigheid.
De drie categorieën zijn gebaseerd op het (acute) effect bij het starten van een geneesmiddel. Dit effect wordt bepaald in een standaard-rijtest, waarin wordt gemeten wat het slingergedrag is van een automobilist na inname van het geneesmiddel. Hierbij is uitgegaan van een normale, therapeutische dosering voor volwassenen bij de hoofdindicatie.
Categorie I
Weinig negatieve invloed op de rijvaardigheid.
Dit is vergelijkbaar met een bloedalcoholconcentratie van < 0,5 promille*.
Geneesmiddelen uit categorie I hebben weinig invloed op de rijvaardigheid. De eerste dagen zijn bijwerkingen met een negatieve invloed op de rijvaardigheid mogelijk.
U wordt geadviseerd eerst af te wachten hoe u op de behandeling reageert en geen auto te besturen zolang bijwerkingen optreden. Mochten deze bijwerkingen bij u niet optreden, dan mag u autorijden.
Categorie II
Licht tot matig negatieve invloed op de rijvaardigheid. Dit is vergelijkbaar met een bloedalcoholconcentratie van 0,5 - 0,8 promille.
Geneesmiddelen uit categorie II hebben een licht tot matig negatieve invloed op de rijvaardigheid. U wordt geadviseerd niet te gaan autorijden.
Categorie III
Ernstige of potentieel gevaarlijke invloed op de rijvaardigheid. Dit is vergelijkbaar met een bloedalcoholconcentratie van > 0,8 promille*.
Geneesmiddelen uit categorie III hebben een ernstige of potentieel gevaarlijke invloed op de rijvaardigheid. U wordt nadrukkelijk ontraden om auto te rijden. Overweeg bij een geneesmiddel uit categorie III in overleg met uw neuroloog bij voorkeur een rijveiliger middel. Personen die behandeld worden met anti-epileptica die een ernstige of potentieel gevaarlijke invloed op de rijvaardigheid hebben zijn ongeschikt.
De aandoening waarbij antiepileptica worden toegepast vormt meestal een meer wezenlijk probleem voor de geschiktheid dan de effecten van het geneesmiddel zelf.
Indien iemand vanwege geneesmiddelgebruik of vanwege de aandoening niet mag autorijden, kan een rijgeschiktheidsverklaring** worden aangevraagd. Bij sommige aandoeningen kan voor deze rijgeschiktheidsverklaring een specialistisch rapport vereist zijn.
Een rijgeschiktheidsverklaring kan door de patiënt of de arts worden aangevraagd. Hiertoe dient men een volledig ingevuld formulier Eigen Verklaring op te sturen naar het CBR. Dit formulier is verkrijgbaar bij de gemeente of het CBR. Voor mensen die medicatie gebruiken is een rijgeschiktheidsverklaring verplicht bij de aanvraag van het rijexamen, een vernieuwing van het rijbewijs na de 70e verjaardag en tijdens de periodieke medische keuring van beroepschauffeurs bij vernieuwing van het groot rijbewijs.
Het risico van het niet hebben van een rijgeschiktheidsverklaring kan zijn dat als iemand bij een ongeval betrokken raakt, de rijvaardigheid in twijfel getrokken kan worden met als gevolg dat de patiënt aansprakelijk wordt gesteld voor alle gevolgen. Voor meer informatie zie: www.cbr.nl
Alcohol drinken?
Alcohol versterkt het versuffende effect van de middelen en andersom, de middelen versterken het effect van alcohol. Ook als u niets van deze bijwerking heeft gemerkt, kunt u door het gebruik van alcohol wel suf worden en kan uw coördinatie- en beoordelingsvermogen afnemen.
Voor meer informatie over uw medicijnen en rijveiligheid ga naar www.rijveiligmetmedicijnen.nl/
Op deze site kunt u kijken of het specifieke geneesmiddel dat u gebruikt uw rijvaardigheid kan beïnvloeden.
Een epileptische aanval tijdens het autorijden kan ernstige gevolgen hebben. Een neuroloog bepaalt daarom of iemand met epilepsie mag autorijden. Hiervoor gelden bepaalde keuringseisen**.
Meer informatie over deze en andere vragen met betrekking tot het behalen/behouden van uw rijbewijs en afsluiten van autoverzekering vindt u in de folder 'Epilepsie en rijgeschiktheid' van het Nationaal Epilepsie Fonds op www.epilepsie.nl.
* Ter vergelijking: de limiet voor deelname aan het verkeer
is voor alcohol 0,5 promille (0,2 promille voor de
beginnende bestuurder).
** In dit stuk worden de eisen aan de rijgeschiktheid voor
mensen met epilepsie weergegeven. Voor deze mensen
is altijd een specialistisch rapport vereist.
Het WINAp (Wetenschappelijk Instituut Nederlandse Apothekers) heeft voor rijbewijzen van groep 1 en rijbewijzen van groep 2 een aantal opmerkingen voor mensen met epilepsie. Klik hier om deze opmerkingen te bekijken.
Literatuur:
Alex, Nederland
Je ontvangt dan o.a. één van de handige themaboekjes.Read more